Uitspraak Hoge Raad 24 november 2017

22 februari 2018

De Hoge Raad heeft in een uitspraak de matiging van een contractuele boete van € 1.230.000 tot € 21.150 in stand gelaten. Voor matiging is slechts plaats als de toepassing van een boetebeding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Het hof heeft geoordeeld dat hier sprake was van een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat, omdat (i) de overeenkomst door eiser was opgesteld en over het daarin opgenomen boetebeding niet is onderhandeld; (ii) de overeengekomen boetebedragen wel erg hoog waren; (iii) de verbeurde boetes buitensporig hoog zijn in verhouding tot de werkelijke schade; (iv) de overtreding van het boetebeding slechts enkele incidenten betreft in het begin van de contractsperiode; en (v) de bedoeling van het boetebeding was om eiser te beschermen tegen concurrentie, terwijl de beboete handelingen niet tot verlies van klanten hebben geleid. De Hoge Raad laat dit oordeel in stand. Met deze vergaande matiging (tot ca. 1,5 %) heeft het hof ook niet de aansporingsfunctie van de boete miskend. Zie voor de uitspraak https://lnkd.in/g2bnNH6 en de conclusie https://lnkd.in/gkJgzht.

Laatste nieuws

11 juni 2018
VIA Studiemiddag Actualiteiten Burgerlijk Procesrecht
Op 11 juni a.s. vindt de VIA Studiemiddag plaats op Landgoed Heerlijkheid Mari&...
Lees meer ›

24 mei 2018
Kamerbrief Brede schuldenaanpak
Kamerbrief SZW inzake Brede schuldenaanpak
Lees meer ›